zaterdag 14 februari 2015

Sloganman, Onman


Sloganman hoorde een politicus op de radio een betoog houden over iets dat door de man werd bestempeld als ‘vrij ongeneeslijk’. Hij was meteen op z’n hoede. Wacht even. Had de spreker ‘ongeneeslijk’ in gedachten, maar ‘niet in de strikte zin van het woord’? Had hij voorkennis van een therapie die mogelijk in de nabije toekomst tot de hoop op genezing zou kunnen leiden? Bedoelde hij met ‘vrij ongeneeslijk’ dat datgene waarover hij het had zich in een voortdurende terminale fase bevond, maar vooralsnog niet wenste te overlijden? Of was het een soort van milde ‘ongeneeslijkheid’? Een ongeneeslijke tic? Een ingeslepen foutje, een tot norm gedenigreerde onzorgvuldigheid?

De minister –ja, nu weet Sloganman het weer, het was een minister- stapelde vrolijk de anomalieën op. Maar de 'vrij ongeneeslijk’ bleef in Sloganman nazinderen.
Hij moest om een onduidelijke reden aan Marc Coucke denken. En aan Dimitri Bontinck. En hij ging meteen op zoek naar alternatieven. ‘Zowat ongeneeslijk’ vond hij als iets minder niet kunnen, maar nog altijd niet kunnen. Zoals steendood eigenlijk ook niet kan, omdat dood al dood genoeg is. Om van keitof nog maar te zwijgen.


Sloganman bezint zich elke dag over taal. Omdat het –de lichaamstaal meegerekend- de enige vorm van communicatie is waarmee we iets aan elkaar kunnen duidelijk maken. Als Koen Geens vindt – ja, dàt was ‘m, Koen Geens- dat hij ‘vrij ongeneeslijk’ in de mond mag nemen, dan mag Sloganman hem aan z’n woord houden en de politiek ‘vrij onbegrijpelijk’ blijven vinden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten