In tijden waarin alles in vraag wordt gesteld, tot en met het in vraag stellen zelf, zouden we toch moeten koesteren wat waardevol is, vindt Sloganman.
De tijd, bijvoorbeeld.
Het door onszelf zo benoemde ‘verloop’
waarin we als denkende wezens evolueren. Een gewisse dood tegemoet, dat spreekt. Dus kan de weg ernaartoe maar best met frivole tred bewandeld worden. Tussen
de plensbuien door.
De liefde, bijvoorbeeld.
Dat intens beleefde gevoel dat het
onbereikbare nog het dichtst zou benaderen, maar intussen voor zoveel
interpretaties vatbaar is dat de media, de uitgeverijen en de blogspots geen
blijf meer weten met de zelfverklaarde kenners, twijfelaars en diepgelovigen.
Sloganman heeft in zijn podiumverleden wel
eens iets gezongen over dit onbenoembare fenomeen. Hij moet toegeven dat hij
niet verder kwam dan
Liefde is … de kwaal en het medicijn
De communicatie, bijvoorbeeld.
En daarmee betreedt Sloganman eindelijk
bekend(er) terrein. Communicatie is overal, stelt hij vast. In zoverre dat het
overwegend ruis geworden is. Een kluwen van woorden en begrippen, samengevoegd
tot ijlberichten, door rammelende vingers in de kosmos geplempt. Zoveel
vrijheid van meningsuiting, daar wordt zelfs een reclameman stilletjes van.
Sloganman slaat de krant open en wordt
bijna blij van een simpele advertentie voor kaas.
Hij luistert naar de radio en vangt een
pretentieloos spotje op voor … voor … ach, wat.
Hoe is het mogelijk, vraagt hij zich af, dat
wat vroeger gemeenzaam ‘ruis’ werd genoemd nu bijna bevrijdend werkt.



GeoffroyVanderHasselt.jpg)



