zondag 30 november 2014

Sloganman, Brasman

Brasschaat bereidt zich voor op een feestelijk eindejaar onder het motto BrasSCHAATST. Minder infantiel dan werkelijk (zie Sloganman, Vioman) maar niettemin flauw.
Brasschaatst ware beter geweest. Die kapitalen zijn nergens voor nodig. Ze storen het woordbeeld, accentueren onnodig het vondstje. Tot daar de les in reclametaal. Een taal die bij voorkeur niet afwijkt van gewone taal. Tenzij er een goede reden voor is.

Brasschatenaren voorbereiden op het afschakelplan? Brasschakelt. Theaterfestivalletje van de lach organiseren? Brasschatert. Schaaktornooi? Brasschaakt. Een inwijkeling met een postbusadresje op de Kaaimaneilanden? Een Brasscharrelaar. Een tramverbinding met Antwerpen afwijzen uit vrees voor de mogelijke instroom van common people? Brasschaamteloos.
En zo kan Sloganman nog wel even doorgaan.

Brasschaat verdient het stigma niet dat het zichzelf heeft opgelegd. Het is een juweel van groen en rust, een feest van natuurlijke rijkdom. Altijd geweest. Sloganman liep er college, was er scout, had er vrienden en vond er troost. Om van het mooiste geboortemoment in z’n leven nog maar te zwijgen. En dat terwijl hij al die tijd in Schoten en Merksem woonde. Brasschaat was van iedereen.


Op een ijspiste in een shopping mall in Texas zag Sloganman ooit twee vrouwen in boerka vrolijk op de schaats rondzwieren. Hij houdt niet van boerka’s en de hele heisa erachter en eronder, maar hij zou het geweldig vinden als er straks een boerkamadam op het ijs zou stappen voor een rondje Brasschaatsen. Met een filmploeg erbij om de Brasschande te registreren. Trammelant op de grootste ijspiste van het land.

zaterdag 29 november 2014

Sloganman, Miaman



Voorgoed onsterfelijk.
Ik weet het. Taalkundig klopt het niet. Maar zo voelt het aan.
RIP Luc.

Sloganman, Vioman


Een blije vrouw duikt op uit het niets, spreidt de armen en juicht. Sloganman begrijpt uit de begeleidende tekst dat zij niet zomaar een vrouw is, maar een viollega. De context waarin de vrouw wordt opgevoerd leert hem dat zij het gezicht is van de wervingscommunicatie van Vio.
Een viollega is een Vio collega. Iemand die, zo blijkt uit diezelfde context, een hoge mate van arbeidsvreugde vindt bij Vio interim. Iemand die elke dag heerlijke gesprekken voert met mensen op zoek naar werk, vrolijk koffie serveert onder het neuriën van ‘Happy’ van Pharell Williams en Yes! gilt als Vio weer een werkzoekende aan een interimjob heeft geholpen. Een viollega, begrijpt Sloganman, is een mensensoort geboren om werkgevers blij, om niet te zeggen diepgelukkig te maken met weer eens een snelle, goedkope deeltijdse kracht.

Vio richt zich tot een potentiële Uitzendconsulent voor Gent met de hoopvolle vraag: Word jij onze gelukkige, nieuwe viollega? Het geluk staat dus bij voorbaat vast. Mooi zo.
De claim van deze blijmakers-van-werkgevers-en-werkzoekenden klinkt rationeler. Hij belooft werk op maat. Niet zomaar werk op maat, maar écht werk op maat. Lees even mee:

VIO
werkelijk op maat

Wie bedenkt zoiets? Sloganman vreest: dezelfde Viovrienden die het onding viollega hebben bedacht en teksten schrijven zoals: Je beheert de dagdagelijke opvolging van het kantoor (qué?) en Allerhande administratieve taken komen eveneens voor in deze job.
De nieuwe uitzendconsulent is afwisselend enthousiast, gelukkig en werkgedreven, en kan zich vinden in waarden zoals passie, discipline, open communicatie, vrijheid en fun.  In de aanbieding: een waardengedreven werkomgeving, ver doorgedreven opleidingen, groeimogelijkheden en, hoe kan het ook anders, toffe Viollega’s.

Iemand?

En nu serieus. Vio profileert zich als een uitzendorganisatie voor jobs in de logistiek, productie, sales en services. Dat is tenminste duidelijk. Het helpt werkzoekenden aan werk, werkgevers aan werknemers en verschaft af en toe ook werkzoekenden werk in de eigen organisatie.

Via Vio zou bijvoorbeeld een voor de hand liggende, omnivalente communicatielijn kunnen zijn voor deze onderneming. Sloganman kent al iemand die daar ook een complementaire, doelgroepgerichte beeldtaal bij kan bedenken.

donderdag 27 november 2014

Sloganman, Erikaman II


Sloganman interviewde ooit Erika Van Tielen voor het inmiddels ter ziele gegane residentiële magazine THUIS. Hij herinnert zich een ontspannen gesprek met een vrolijke madam die toendertijd in Humo- en andere studentenmiddens ‘de rosse voenk’ werd genoemd. Een definitie die voorheen ook Roos ‘Kokosnoten’ Van Acker al een keer ‘te beurt gevallen was’.

Erika was in die periode een niet van het scherm te schrapen tv-madam. Ze kleefde op de lens, zoals dat heet. Als ze in beeld was, was ze beeldig. Ze hoefde de camera nooit op te zoeken. Die vond haar spontaan. Ze was jong en mooi. Ze was fris en goedlachs. Ze was hot.

Dat is inmiddels een paar jaar geleden. Erika is geen schermgezicht meer. Ze is nu vrouw en moeder van. Onterfd door de vrt, onteeuwigd door zichzelf en haar nieuwe rol. De camera huppelt achter Joy aan dezer dagen, en achter nog ander fraais en tijdelijks.

Erika anno 2014 blogt. Het miljoen kijkers van weleer is nu teruggebracht tot een schare min of meer regelmatige lezers van Erika’s avonturen als vrouw van de wereld. En-dat-vreet... Een tijd geleden haalde ze de media met het verslag van haar burnout. En nu ze er weer bovenop is, botst ze op een nieuw herkenbaar fenomeen: ze vindt geen werk.

Sloganman wil haar graag waarschuwen voor een mediarol die totaal niet bij haar past: die van verongelijkte ex-presentatrice van Vlaanderen Vakantieland, ex-Ketnetwrapper en ex-Slimste Mens-kandidate. De Nieuwe Erika, vindt Sloganman, is een vrouw die niet ten prooi mag vallen aan het Sabine De Vos syndroom. Een madam met wie Sloganman wel eens werkte als reclameman, maar die in de opnamestudio zo zuur en blafferig bleek dat hij zich afvroeg: lijkt het zwarte gat op Sabine De Vos of omgekeerd?

Sloganman geeft Erika graag een mooie eigen format cadeau. Die ze voor zijn part gratis en for nothing mag laten deponeren en uitschrijven.

Erika Achter De Camera

Een Erika die de lens op de nieuwe, de ‘hotte’ en de stilaan vergeten schermgezichten richt, de jonge garde even van haar wolk haalt, de oude garde weer even in de spotlights zet en alles wat je daarbij maar aan boeiends, moois en menselijks kan bedenken. Hé, Erika is terug op tv.

dinsdag 25 november 2014

Sloganman, Hateman

Een voormalige klasgenoot van Sloganman ontving ooit een anonieme dreigbrief, waarin uitgeknipte krantenlettertjes samen een niet mis te verstane boodschap vormden.
Het voorval deed in de toenmalige vriendenkring flink wat stof opwaaien, maar belandde vervolgens in de vergetelheid. De brief werd het werk van een ‘flauwe grappenmaker’ genoemd. Zo heette dat toen: 'flauwe grappenmaker', een sussende benaming voor 'stomme idioot'.

Nu iedereen die zich op het web begeeft ook voor iedereen bereikbaar is, zijn de flauwe grappenmakers niet meer te tellen, zo blijkt uit de worldwide twitterfeeds. Anonieme dreigbrieven zoals vroeger, waarbij een krant, een schaar en de nodige huisvlijt kwamen kijken, worden nauwelijks nog verstuurd. Hatetweets daarentegen? Tens of millions a day!

Volgens mensen die het kunnen weten, hoeven de slachtoffers van de (a)sociale media zich daarom nog geen zorgen te maken. Wie iemand echt dood wil, kondigt dat niet aan via twitter. Die laadt de karabijn of wet het mes. In stilte.

In de U.S. onderzocht een groep studenten van de Humboldt State University 150.000 ‘geotagged tweets’ op hun haatgehalte en bracht de berichten in kaart in de Geography of Hate. Het resultaat? Je zal –nog steeds- maar donkerhuidig of anders georiënteerd zijn in de States:

hatename  'nigger'                      hatename  'fag' 

Bescherm jezelf. Tegen jezelf.

Sloganman is bereikbaar op twitter, maar niet onder de naam Sloganman. Hij gebruikt zijn ware naam. Hij volgt wie en wat hij nodig en/of nuttig vindt. En hij verstuurt ook enkel een boodschap als hij die nodig en/of nuttig vindt.
Sloganman beschermt zichzelf tegen zichzelf. Omdat hij weet dat hij anders geen leven meer heeft. Of toch niet het leven dat hij de moeite vindt. Alleen als hij blogt, gebruikt hij een naam die hij reserveert voor zijn meninkjes. Omdat hij dat dan wél weer nuttig en nodig vindt. Sloganman is vooral een LinkedInman, een e-mailman en een sms’man. En daarmee, dear followers en occasionele lezers, heeft hij al werk genoeg.


maandag 24 november 2014

Sloganman, Blikman


Op weg naar de opnamestudio werd Sloganman heel even opgehouden door een stakingspiket. Dat wil zeggen: mannen in groene en rode hesjes, onder wie één met een groene vlag. De mannen blokkeerden de toegang tot een bedrijf waaraan Sloganman alleen maar fijne herinneringen heeft. Niet als bandarbeider, maar als tekstsmid. Een bevoorrechte positie. Zeker voor een uitgesproken linkshandige.
De groene en rode mannen warmden zich aan de onvermijdelijke vuurkorf waarin de onvermijdelijke palletten onvermijdelijk vlam hadden gevat. Een setting die het stakingspiket meteen een officiële status verleende.  
Sloganman stond met draaiende motor tussen twee trucks, waarvan de bestuurders door de mannen werden aangesproken. Eén van de mannen gunde ook Sloganman een blik. 
De blik zei: “U bent duidelijk geen CEO en u ziet er ook niet uit als een HR manager. U kan doorrijden zodra deze jongens aan de kant staan.” Sloganman beantwoordde de blik met een blik die zei: “Ik ben geen CEO en evenmin een HR manager. Ik rij door zodra deze jongens aan de kant staan.” Een stakingsblik kan je maar beter beamen.

Toen Sloganman terugkeerde waren de mannen nog steeds op post, stond er een mooie rij buitgemaakte trucks en hadden enkele chauffeurs zich mee rond het vuur geschaard, een blikje Drinkjemetverstand in de hand. De man van de blik keek Sloganman aan met een blik die zei: “Daar is die niet-CEO van daarnet die er ook niet uitziet als een HR manager. We laten hem rijden.” Sloganman beantwoordde hem met een blik die zei: “Bedankt dat je meteen ziet dat ik noch een CEO noch een HR manager ben. Zie je dat aan mìj, of aan de auto waarmee ik rij?”


Sloganman zal het rijmen nooit afleren. Zeker niet als het bijdraagt tot een goed begrip.