Een voormalige klasgenoot van Sloganman
ontving ooit een anonieme dreigbrief, waarin uitgeknipte krantenlettertjes
samen een niet mis te verstane boodschap vormden.
Het voorval deed in de toenmalige vriendenkring flink wat stof opwaaien, maar belandde vervolgens in de vergetelheid. De brief
werd het werk van een ‘flauwe grappenmaker’ genoemd. Zo heette dat toen: 'flauwe
grappenmaker', een sussende benaming voor 'stomme idioot'.
Nu iedereen die zich op het web begeeft ook
voor iedereen bereikbaar is, zijn de flauwe grappenmakers niet meer te tellen,
zo blijkt uit de worldwide twitterfeeds. Anonieme dreigbrieven zoals vroeger,
waarbij een krant, een schaar en de nodige huisvlijt kwamen kijken, worden
nauwelijks nog verstuurd. Hatetweets daarentegen? Tens of millions a day!
Volgens mensen die het kunnen weten, hoeven
de slachtoffers van de (a)sociale media zich daarom nog geen zorgen te maken.
Wie iemand echt dood wil, kondigt dat niet aan via twitter. Die laadt de
karabijn of wet het mes. In stilte.
In de U.S. onderzocht een groep studenten
van de Humboldt State University 150.000 ‘geotagged tweets’ op hun haatgehalte en
bracht de berichten in kaart in de Geography
of Hate. Het resultaat? Je zal –nog steeds- maar donkerhuidig of anders georiënteerd
zijn in de States:
hatename 'nigger' hatename 'fag'
Bescherm jezelf. Tegen jezelf.
Sloganman is bereikbaar op twitter, maar
niet onder de naam Sloganman. Hij gebruikt zijn ware naam. Hij volgt wie en wat
hij nodig en/of nuttig vindt. En hij verstuurt ook enkel een boodschap als hij
die nodig en/of nuttig vindt.
Sloganman beschermt zichzelf tegen
zichzelf. Omdat hij weet dat hij anders geen leven meer heeft. Of toch niet het
leven dat hij de moeite vindt. Alleen als hij blogt, gebruikt hij een naam die
hij reserveert voor zijn meninkjes. Omdat hij dat dan wél weer nuttig en nodig
vindt. Sloganman is vooral een LinkedInman, een e-mailman en een sms’man. En
daarmee, dear followers en occasionele lezers, heeft hij al werk genoeg.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten