woensdag 28 januari 2015

Sloganman, Ruisman


In tijden waarin alles in vraag wordt gesteld, tot en met het in vraag stellen zelf, zouden we toch moeten koesteren wat waardevol is, vindt Sloganman.

De tijd, bijvoorbeeld.
Het door onszelf zo benoemde ‘verloop’ waarin we als denkende wezens evolueren. Een gewisse dood tegemoet, dat spreekt. Dus kan de weg ernaartoe maar best met frivole tred bewandeld worden. Tussen de plensbuien door.

De liefde, bijvoorbeeld.
Dat intens beleefde gevoel dat het onbereikbare nog het dichtst zou benaderen, maar intussen voor zoveel interpretaties vatbaar is dat de media, de uitgeverijen en de blogspots geen blijf meer weten met de zelfverklaarde kenners, twijfelaars en diepgelovigen.
Sloganman heeft in zijn podiumverleden wel eens iets gezongen over dit onbenoembare fenomeen. Hij moet toegeven dat hij niet verder kwam dan

Liefde is … de kwaal en het medicijn

De communicatie, bijvoorbeeld.
En daarmee betreedt Sloganman eindelijk bekend(er) terrein. Communicatie is overal, stelt hij vast. In zoverre dat het overwegend ruis geworden is. Een kluwen van woorden en begrippen, samengevoegd tot ijlberichten, door rammelende vingers in de kosmos geplempt. Zoveel vrijheid van meningsuiting, daar wordt zelfs een reclameman stilletjes van.

Sloganman slaat de krant open en wordt bijna blij van een simpele advertentie voor kaas.
Hij luistert naar de radio en vangt een pretentieloos spotje op voor … voor … ach, wat.

Hoe is het mogelijk, vraagt hij zich af, dat wat vroeger gemeenzaam ‘ruis’ werd genoemd nu bijna bevrijdend werkt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten