woensdag 15 september 2010

Sloganman, Blijfvanmijnlijfman



Sloganman is nooit bepoteld door een geestelijke. Hij is ooit wel begeerd door een priester-leraar en een jeugdleider, maar die heeft hij met verbaal geweld kunnen counteren.
Eén keer heeft hij het meegemaakt dat een hand zich via de (korte) broekspijp naar z’n plassertje wilde werken. Door luid te kuchen heeft hij ook die aanslag kunnen verijdelen.
De wriemelhand zat vast aan de onderwijzer van de derde klas die een zoon had van Sloganmans leeftijd. Hij was toen negen.

Hebben die momenten van onbehagen en angst Sloganman voor het leven getekend? Nee. Maar hij weet dat het met anderen wel is gebeurd. Een schoolmakker uit de vijfde klas vertrouwde hem ooit toe dat hij had moeten nablijven en door de klasleraar was aangespoord tot mutuele masturbatie. Een meisje uit de buurt dat zich graag opvallend kleedde werd door de parochiepriester op een wel zeer merkwaardige wijze berispt. En de ‘Kom eens naar mijn kamer’-verhalen waren in zijn vroege collegetijd legio.

Sloganman sloeg er dezer dagen nog eens het slagzinnenarsenaal van de Kerk op na en bleef –nogal voorspelbaar- hangen bij

Doe nooit wat onkuisheid is.

Dat werd er ooit spreekkoorgewijs ingeramd. Vooral dié boodschap. Om een of andere reden verdiende die meer aandacht dan de andere. Stelen en bedriegen, tot daartoe. Een beetje ijdel zweren, vloeken of spotten, dat kon iedereen overkomen. Achterklap en liegen, wie deed het al eens niét … Maar o wee, die onkuisheid!

Sloganman ziet, samen met velen, de Kerk kapseizen in eigen wateren. Al te lang waren het stille wateren. Maar, zoals men nu wel zeker weet : Stille waters hebben diepe gronden.
Als misbruikbestormer Rik Devillé om een boodschap verlegen zit, kan hij daarvoor altijd bij Sloganman terecht. Hij krijgt er nu al een gratis : Wees nooit meer een bangerik.