Toen Sloganman nog een sloganmannetje was,
zat hij wel eens voor een authentieke beeldbuis naar het ijsschaatsen te kijken.
Hij herinnert zich nog levendig Ard Schenk, de blonde Hollandse god die zoveel
harten deed smelten dat er na elke wedstrijd die hij reed met man en macht
gedweild moest worden. Brand in Mokum!
Kees Verkerk was een tijdlang zijn meest
gevreesde opponent. Een schaatser die kletterde waar Ard gleed, harkte waar Ard
zweefde, pufte en hijgde waar Ard zijn onmetelijke glimlach opentrok.
Na Ard ruilde Sloganman de schaatsgekte in
Nederland voor die andere nichesport, maar dan die van bij ons: het veldrijden. Toen de begenadigde stylist die
luisterde naar de naam Liboton door de modder sneed, door de duinen zoefde en
de grasheuvels opstoof met een verve en een grandeur die pas vele jaren later enkel door
de beste Sven Nys zou worden benaderd.
Zondag stond er zowaar een Vlaamse Ard op
het EK-ijs in Heerenveen. Bart aka Ard Swings. Die snelheid, die sierlijkheid,
die vanzelfsprekendheid. Die kop, dat lijf, die kracht en die souplesse. Die
taal ook. Een volle zachte g, maar wel met het lef van een Liboton. Brons op de
10 000 meter, vijfde in de totaalstand.
Bart Veldkamp, de Nederbelg die ons ooit
aan Olympisch brons hielp, coacht hem.
“Goed gedaan”, riep hij z’n naamgenoot toe
en je zag in zijn ogen dat hij –heel even- aan de jonge Ard dacht.
“Die kleine wordt een grote”
probeerde een kenner achteraf. Fout. Hij is
het al.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten