De armen gekruist voor de borst. In slagorde opgesteld voor de camera. Vol vertrouwen. Eén en al kracht en geloof in eigen kunnen. De blik ambitieus op voorheen onbereikbare hoogten gericht. Want een podiumplek is nakend. En een bronzen plak is niet genoeg. De jongen met de kapiteinsband heeft het onomwonden over nog hogere hoogten.
‘Op het einde winnen de Duitsers’ klopt
niet meer. Op het einde winnen de Duitsers … hooguit zilver. Want hun dribbel
naar EK-goud stuit op een blok waarin de ene magiër de andere tovenaar in
genialiteit overtreft. Een team zo vol van oogverblindende klasse dat de
tegenstander erdoor wordt verlamd. Zoals de Israëli’s tijdens die eerste
vijfenveertig minuten tegen de nog net niet beursgenoteerde Gouden Generatie.
Verre van ook maar iemand met de vinger te
willen wijzen, laat staan zich te willen bezondigen aan armchair coaching,
heeft Sloganman toch vragen bij het vertoon in Jeruzalem.
Weten supporters eigenlijk nog wel waarom?
Is die duivelse drietand van plastic? Zijn de jongens die daar liepen te ballen
wel voldoende doordrongen van wat heet het natiegevoel?
Sloganman zag de hele wedstrijd lang het
beeld van de vastberaden cohorte voor zich. Maar wat hij zag, beantwoordde
allerminst aan de belofte. In de economische sector die voetbal heet, zijn ook De
Rode Duivels verworden tot een product. Onderworpen aan de regels van de marketing.
Ondergeschikt aan de wet van vraag en aanbod. De vraag is al jaren
dezelfde: wanneer gaat die cup onder luid gejoel de lucht in? Het aanbod laat
niet veel goeds verhopen:
kwaliteit zat, maar geen killerinstinct

Geen opmerkingen:
Een reactie posten