De enige helfies die ertoe doen.
Sloganman verbleef vorig jaar korte tijd in
Sicilië. Eiland van vele culturen, versmolten tot een bizarre, boeiende wereld-op-zich. Hij stortte zich met een gloednieuwe Fiat 500 in het verkeersinferno van
Palermo. Hij laafde zich aan de solfergeur die hem tegemoet woei vanuit de kelders
van de Etna. Hij verwonderde zich voortdurend over het hapjesfestival dat hem bij
elk drankje ongevraagd werd voorgeschoteld. En hij genoot van een gastvrijheid waartoe
hij zelf voor geen meter in staat is, tenzij met de hulp van de liefde van z’n
leven.
Hij dacht geen moment aan de taferelen die
zich mogelijk op datzelfde ogenblik iets verder op zee afspeelden. De
hulpeloosheid onder de zon. De kustlijn
als fata morgana. De multiculturele verstrengeling als verhoopte nieuwe
navelstreng.
Slechts heel even flitste ‘Lampedusa’ door
z’n hoofd toen hij een Afrikaanse adolescent schichtig langs de kade zag lopen,
onder z’n hoodie, op jacht naar een sigaret. Maar na die flits was de zon er
weer. En wenkte het terras. En werd de smartphone enthousiast in de selfiestand
gebracht.
Aan dat alles dacht Sloganman toen hij
onlangs de ‘helfie’ van de N-VA moest verteren. Die zogenaamde helpende
handjes, die zogeheten duwtjes in de rug.
Helpfie
dacht hij

Geen opmerkingen:
Een reactie posten