Sloganman heeft een hekel aan gekookte aardappelen. Altijd gehad. Gebakken en tot frietjes en consorten verwerkte aardappelen daarentegen ... Mjammie! Kortom, hij heeft een welles-nietesverhouding met de nationale knol. Dus volgt hij ook met bijzondere belangstelling de reclame voor onze patat. En wat stelt hij vast? Dat er ontzettend met het Belgisch product gerotzooid wordt. Misschien wel één van de redenen waarom de aardappel zo snel uit de gunst verdwijnt ...
Ja, natuurlijk experimenteren we nu volop met producten uit de wereldkeuken. Ja, natuurlijk zijn we groenten-globalisten. Maar de aardappel krijgt wel érg veel slaag tegenwoordig, en dat verdient hij niet.
Sloganman surft naar de aardappel website en stuit op
Patapas, 1000 hapjes met patatjes
Zozo, onze hoogsteigen patatjestapas. Niet kwaad. Maar waar is de ziél van de roemrijke knol?
Geef hem aan Jan Decleir die hem met passie ter hand zal nemen, aankijken, doorgronden en dan -met zijn prachtige patattenkop- als volgt zal verdichten :
Ode aan de aardappel.
Hij was er al toen wij
nog nergens waren.
Hij wàs er
in barre en betere jaren.
Hij gaf ons de frieten
en de kroket,
maar wordt ook door topchefs
op tafel gezet.
Hij is er nog steeds
en smaakt beter dan ooit,
vooral als hij hier bij ons
is gerooid.
Vil ‘m, plet ‘m,
hak ‘m in de pan.
Smijt ‘m desnoods in ‘t vuur,
maar geniet ervan.
De aardappel
Hij zit in onze aard.
Aarde, water en vuur ... De aardappel is er het kind van. Laten we hem dan ook zo behandelen. Met respect!
Tot morgen, mensen. De pasta wacht!
Tot morgen, mensen. De pasta wacht!
