donderdag 2 december 2010

Sloganman, Snowman II



Het jongetje in Sloganman wordt op zijn wenken bediend. Als het sneeuwt, dan moet het sneeuwen zoals nu, en als er zoiets bestaat als het ultieme kerstplaatje dan moet dit het landschap zijn waarvan hij nu, op dit moment, met gretige ogen geniet.
De verkeersberichten op de radio zijn minder dichterlijk. Vele honderden kilometers files. Een ochtendspits die maar niet lijkt op te lossen. Mensen voor wie thuiswerken onmogelijk is, gekneld in de verkeersstroom. Uren geleden vertrokken en nog steeds onderweg, behoedzaam vorderend door de dichtgeslibde aders van de ochtend.


Sloganman prijst zich gelukkig dat hij vandaag toeschouwer mag zijn. Hij neemt weliswaar deel aan het spel, maar niet op het veld. Hij stuurt de bal naar voor vanuit de VIP-tribune, maakt de actie vanuit z'n warm zitje voor het scherm.
En dan, opeens, treft het hem hoe afwezig de communicatie is. De boodschappen lijken wel ondergesneeuwd. Zo mag het nog even blijven. Laat de wereld heel efkes maagdelijk wit zijn, zonder geschreeuw, zonder felle kleuren.
Leo Pleysier schreef ooit de perfecte lijn voor wat Sloganman op dit moment ervaart :


Wit is altijd schoon


Sloganman neemt zich voor om dit schitterende boek eerstdaags nog eens te lezen. 
Aan iedereen die straks -hopelijk zonder kleerscheuren- op kantoor en in de fabriek arriveert : toch nog een schone dag!